ECLI:NL:RVS:2005:AT3712
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen kapvergunning voor 184 bomen in Amsterdam-Zuidoost
Het dagelijks bestuur van het Stadsdeel Amsterdam-Zuidoost verleende op 29 juni 2004 een vergunning voor het kappen van 184 bomen nabij het talud aan de oostzijde van de Gooiseweg. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning, waarvan een deel ongegrond werd verklaard en een ander deel niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van verzoekers ongegrond.
Verzoekers stelden vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en vroegen de Voorzitter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de kapvergunning niet gebruikt zou mogen worden totdat op het hoger beroep was beslist. De Voorzitter overwoog dat het dagelijks bestuur had toegezegd geen gebruik te maken van de vergunning tijdens het broedseizoen, tot eind juli of begin augustus 2005, en streefde ernaar voor die tijd uitspraak te doen op het hoger beroep.
Gezien deze toezegging en het vooruitzicht op een spoedige uitspraak zag de Voorzitter geen reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Ook was er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de kapvergunning voor 184 bomen is afgewezen.