ECLI:NL:RVS:2005:AT3713
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging parkeer- en stopverbod Wilhelminastraat Kerkrade na bezwaar en beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade stelde bij besluit van 12 februari 2003 een parkeerverbod in de Wilhelminastraat in, gecombineerd met een stopverbod nabij de kruising met de Niersprinkstraat. De vennootschap onder firma Bloemenhuis Westland Kerkrade maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 9 december 2003 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond.
In hoger beroep bij de Raad van State werd overwogen dat het college een ruime beoordelingsmarge heeft bij verkeersbesluiten en dat de rechter terughoudend moet toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften of onevenwichtig is. Het college had gemotiveerd dat de verkeersmaatregelen de veiligheid en bruikbaarheid van de weg verbeteren, met name voor het manoeuvreren van grote voertuigen.
De Raad van State oordeelde dat het college zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen en dat het bezwaar van appellante, dat het parkeer- en stopverbod nadelig zou zijn voor haar bloemenzaak, faalt omdat voldoende parkeervakken beschikbaar blijven en laden en lossen niet worden belemmerd. Ook het niet overnemen van het advies van de commissie leidt niet tot een motiveringsgebrek.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het parkeer- en stopverbod blijft gehandhaafd.