ECLI:NL:RVS:2005:AT3717
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom wegens overtreding milieuregels opslag- en transportbedrijf
Appellante kreeg op 9 september 2003 een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Het Bildt vanwege overtredingen van het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer. Zij maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelde bij de Raad van State.
Appellante voerde onder meer aan dat de hoorzitting niet op haar verzoek was gepland, dat haar veehouderij-activiteiten niet waren meegenomen en dat de last onterecht was omdat haar bedrijf ook een fokkerij van limousinekoeien omvatte. De Raad stelde vast dat appellante geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot het verzetten van de hoorzitting en dat de bezwaarschriftencommissie correct was geïnformeerd.
De Raad oordeelde dat het houden van een beperkt aantal dieren niet bedrijfsmatig was en dat het Besluit wel degelijk van toepassing was op de opslagactiviteiten. Verder werd vastgesteld dat er ten tijde van het besluit sprake was van overtredingen van de voorschriften, waaronder onjuiste opslag van gevaarlijke stoffen.
Gelet hierop was het college bevoegd tot het opleggen van de last onder dwangsom. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard.