ECLI:NL:RVS:2005:AT3742
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- Ch.W. Mouton
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over bezwaar tegen gedeeltelijke weigering openbaarmaking ambtsbericht
Appellant, de Minister van Buitenlandse Zaken, had op 2 februari 2004 een verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gedeeltelijk geweigerd. Tegen dit besluit maakte verzoeker bezwaar, dat door appellant niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Groningen oordeelde op 19 juli 2004 dat het bezwaar wel ontvankelijk was en vernietigde het besluit op bezwaar.
De Minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat het bezwaar geen gronden bevatte zoals bedoeld in artikel 6:5 Awb Pro en dat sprake was van misbruik van recht omdat het bezwaar feitelijk gericht was tegen de inhoud van het ambtsbericht en de persoonlijke belangen van verzoeker in de asielprocedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze argumenten. Zij stelde dat het bezwaar tegen de weigering van openbaarmaking een rechtsmiddel is dat op grond van de Awb beschikbaar is en niet zonder redelijk doel is ingesteld. Ook al richt het bezwaar zich op de inhoud van het ambtsbericht, dit doet niet af aan de ontvankelijkheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker, ter vergoeding van door een derde verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.