ECLI:NL:RVS:2005:AT4216
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen revisievergunning pluimveehouderij wegens stankhinder en milieuoverwegingen
Bij besluit van 15 december 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Waddinxveen een revisievergunning voor een pluimveehouderij met 45.674 legkippen. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het zich richtte tegen de opslag van kadavers, omdat appellant daartegen geen bedenkingen had ingebracht bij het ontwerpbesluit. Voor het overige werd het beroep inhoudelijk behandeld.
Appellant stelde dat de stankhinder onaanvaardbaar was en dat een nabijgelegen woning ten onrechte buiten beschouwing was gelaten. De Raad concludeerde dat de woning sinds 1981 niet meer als woning in gebruik was en dat verweerder terecht de richtlijnen voor afstandmeting en milieubescherming had toegepast. Ook waren er geen concrete planologische ontwikkelingen die verweerder had moeten meewegen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor de opslag van kadavers en ongegrond voor de overige gronden; het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.