ECLI:NL:RVS:2005:AT4253
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Openbaarmaking documenten inzake inlijving kinderen prinses Irene in Nederlandse adel
Appellant verzocht de minister van Binnenlandse Zaken om openbaarmaking van documenten die ten grondslag liggen aan het koninklijk besluit van 15 mei 1996, waarbij de kinderen van prinses Irene werden ingelijfd in de Nederlandse adel. De minister weigerde dit verzoek en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank Alkmaar bevestigde deze weigering. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat bepaalde documenten, waaronder het aanvraagformulier en aanbiedingsbrieven, niet zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en geen persoonlijke levenssfeer schaden. De minister had deze documenten ten onrechte geweigerd op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De overige stukken bevatten persoonlijke beleidsopvattingen en zijn terecht geweigerd.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de weigering tot openbaarmaking van genoemde documenten handhaafden. De minister werd gelast deze documenten aan appellant te verstrekken. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De rechtmatigheid van het koninklijk besluit zelf werd niet beoordeeld.
Uitkomst: De Raad van State gelast openbaarmaking van het aanvraagformulier en aanbiedingsbrieven inzake de inlijving van de kinderen van prinses Irene in de adel.