Uitspraak
200403729/1ter zitting heeft betoogd, bestaat geen aanleiding te oordelen dat van handhavend optreden dient te worden afgezien, reeds omdat in dit geval geen sprake is van een overtreding van zeer geringe aard.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch weigerde handhavend op te treden tegen bouwwerkzaamheden aan een tuinhuis die zonder geldige bouwvergunning waren uitgevoerd. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat het college bevoegd was om handhavend op te treden omdat de bouwvergunning was herroepen en de werkzaamheden zonder vergunning waren uitgevoerd. Hoewel het tuinhuis werd verbouwd tot een stervensbegeleidingshuis en het gebruik niet handhaafbaar was, rechtvaardigde dit geen weigering van handhaving. Het college kon niet afzien van handhaving omdat geen sprake was van een overtreding van geringe aard en de gevolgen van het zonder vergunning bouwen voor rekening van de Stichting Beter Samen moesten blijven.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het college binnen twee maanden een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de overwegingen. De belangenafweging en de bijzondere omstandigheden boden geen grond om van handhavend optreden af te zien.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.