ECLI:NL:RVS:2005:AT4262
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuursdwangbesluit wegens uitzicht op legalisatie en onevenredigheid
Bij besluit van 9 juli 2004 legde het college van gedeputeerde staten van Gelderland bestuursdwang op aan appellante wegens het zonder vergunning in werking zijn van haar inrichting voor de inzameling, opslag en bewerking van organische bij- en restproducten. Verweerder verbood de acceptatie van afvalstoffen en stelde eisen aan het verwijderen van afval en buiten gebruik stellen van opslagfaciliteiten.
Appellante stelde dat verweerder niet in redelijkheid bestuursdwang kon toepassen omdat er concreet uitzicht was op legalisatie, aangezien zij een aanvraag voor een nieuwe vergunning had ingediend en verweerder deze in behandeling nam. De Raad van State oordeelde dat verweerder de activiteiten gedoogde en nauw betrokken was bij de vergunningaanvraag, waardoor het aannemelijk was dat legalisatie mogelijk was.
Gelet hierop was het toepassen van bestuursdwang, dat neerkwam op het staken van alle activiteiten, onevenredig. Daarom werd het besluit vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel uit artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestuursdwangbesluit is vernietigd wegens uitzicht op legalisatie en onevenredigheid van het handhavend optreden.