Uitspraak
200200092/1, moet de regeling worden gekwalificeerd als een beleidsregel die zijn grondslag vindt in de discretionaire bestuursbevoegdheid ter zake van de Minister. Niet gesteld kan worden dat de Minister, in aanmerking nemend de belangen die aan hem ten tijde van de totstandbrenging van de Regeling bekend waren of behoorden te zijn, niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot een beperking van de toe te kennen tegemoetkomingen tot het in de Regeling neergelegde niveau. De Regeling beoogt slechts een tegemoetkoming te verstrekken in de geleden schade en geen volledige vergoeding ervan. Mitsdien bestaat geen grond voor het oordeel dat de Minister niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten een eigen risico van 30 % toe te passen. Daarmee wordt, zoals ook in de toelichting bij de Regeling staat vermeld, aangesloten bij de door de Europese Commissie (in het kader van de artikelen 87 en 88 - voorheen 92 en 93 - van het EG-verdrag) gehanteerde norm bij de beoordeling of steunmaatregelen tot herstel van schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen met de gemeenschappelijke markt verenigbaar zijn, namelijk dat de slechte weersomstandigheden tot ten minste 30% productieverlies moeten hebben geleid in vergelijking met de normale productie van het betrokken bedrijfsonderdeel, voordat die als natuurramp kunnen gelden en tot het vergoeden van schade mag worden overgegaan. Daarin ligt ook het verschil besloten dat bestaat tussen de Regeling en de WTS1- en WTS2-regelingen. In laatstvermelde regelingen is niet een vergelijkbaar eigen risico opgenomen, nu de gebieden waarvoor deze regelingen gelden, blijkens de brieven van de Minister aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 17 november 1998 en 7 december 1998 (Tweede Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 24 071, nr. 42 en 44), getroffen zijn door weersomstandigheden die, anders dan de gebieden waarvoor de Regeling geldt, het kader van ongunstige weersituaties te buiten gaan en op één lijn zijn te stellen met een overstroming, zodat de wateroverlast binnen de WTS-gebieden rechtstreeks als natuurramp moet worden aangemerkt.