ECLI:NL:RVS:2005:AT4324

Raad van State

Datum uitspraak
12 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200405920/3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.C.K.W. Bartel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan Kom Bathmen Supermarkt Larenseweg

Verzoekers, Laurus N.V., Laurus B.V. en een andere partij, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 11 mei 2004 waarbij het college van gedeputeerde staten van Overijssel het bestemmingsplan 'Kom Bathmen Supermarkt Larenseweg 2003' heeft goedgekeurd.

Bij brief van 29 maart 2005 verzochten zij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter constateerde dat het bestemmingsplan reeds in werking was getreden nadat andere voorlopige voorzieningen waren afgewezen en dat een bouwvergunning was verleend aan Oostelijk Onroerend Goed.

Gezien de voortgang van de procedure en het rapport van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening achtte de Voorzitter nader onderzoek noodzakelijk, dat in de bodemprocedure kan plaatsvinden. Daarom schorst hij het besluit bij wijze van voorlopige voorziening en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.

Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan is geschorst bij wijze van voorlopige voorziening.

Uitspraak

200405920/3.
Datum uitspraak: 12 april 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
de naamloze vennootschap "Laurus N.V.", gevestigd te Amersfoort, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Laurus B.V", gevestigd te 's-Hertogenbosch, en [verzoekster], gevestigd te [plaats],
verzoekers,
en
het college van gedeputeerde staten van Overijssel,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 12 april 2005, 13.15 uur.
Tegenwoordig
Staatsraad dr. J.C.K.W. Bartel, Voorzitter
Ambtenaar van Staat: mr. F.W.M. Kooijman
Jurist: mevrouw mr. G.A. van der Sluijs
Verschenen:
verzoekers, vertegenwoordigd door mr. R.C van Wamel, advocaat te Dordrecht en mr. A.H.J. Boggars;
verweerder, vertegenwoordigd door drs. E. Munneke, ambtenaar van de provincie;
de gemeenteraad van Deventer, vertegenwoordigd door ing. L.B. van Dam en mr. R. Keim, ambtenaren van de gemeente.
Procesverloop
De Voorzitter stelt vast dat het verzoek betrekking heeft op het besluit van 11 mei 2004, kenmerk RWB/2003/3271, waarbij verweerder goedkeuring heeft verleend aan het bestemmingsplan "Kom Bathmen Supermarkt Larenseweg 2003", alsmede dat tegen dit besluit onder meer verzoekers bij brief van 16 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 19 juli 2004, beroep hebben ingesteld en dat bij brief van 29 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 30 maart 2005, verzoekers de Voorzitter hebben verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter
I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Overijssel van 11 mei 2004, kenmerk RWB/2003/3271;
II.    gelast dat de provincie Overijssel aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 276,00 (zegge: tweehonderdenzesenzeventig euro) vergoedt.
Daartoe overweegt hij het volgende.
Tegen het goedkeuringsbesluit is destijds door anderen dan verzoekers een voorlopige voorziening gevraagd. Bij uitspraak van 2 november 2004 heeft de Voorzitter deze verzoeken afgewezen. Het bestemmingsplan is daarmee in werking getreden.
Op 15 februari 2005 is van rechtswege een bouwvergunning aan Oostelijk Onroerend Goed verleend ten behoeve van de bouw van de in het plan voorziene supermarkt. Hiertegen is door verzoekers bezwaar ingediend. Gelet op de ter zitting door de vertegenwoordiger van de gemeenteraad geschetste voortgang van de procedure, is niet uitgesloten dat op dit bezwaar zal worden beslist voordat de Afdeling uitspraak in de bodemzaak doet.
Gelet op hetgeen in de bodemprocedure naar voren wordt gebracht en het rapport dat in het kader van de bodemprocedure door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening op 9 februari 2005 is uitgebracht, constateert de Voorzitter dat voor een voorlopig oordeel nader onderzoek noodzakelijk is waarvoor deze procedure zich niet leent.
Nu de behandeling van de bodemzaak op 21 april 2005 is geagendeerd en in het kader van die bodemprocedure een volledig onderzoek naar feiten en omstandigheden die op de zaak betrekking hebben kan plaats vinden, ziet hij aanleiding om een ordemaatregel te treffen.
Gelet op het feit dat de voorlopige voorziening enkel een ordemaatregel betreft, ziet hij geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
w.g. Bartel w.g. Kooijman
Voorzitter  ambtenaar van Staat
177-461.