ECLI:NL:RVS:2005:AT4689
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging kapvergunning voor negen eikenbomen wegens onvoldoende asbestonderzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout verleende op 13 januari 2004 een vergunning voor het vellen van negen eikenbomen in verband met een geplande sanering van een strook grond waar vermoedelijk asbest aanwezig is. De milieuvereniging maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Breda verklaarde het beroep van de milieuvereniging gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, omdat het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest onder de wortelpruiken van de bomen onvoldoende was. Het onderzoek gaf geen duidelijkheid over de aanwezigheid en de interventiewaarde van het asbest, noch over de kans dat het asbest aan de oppervlakte zou komen als de bomen niet gerooid werden.
Het college stelde in hoger beroep dat verder onderzoek niet mogelijk was zonder de bomen te beschadigen en dat de vitaliteit van de bomen ook een reden was voor kap, maar deze argumenten werden door de Raad van State verworpen. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en oordeelde dat zonder aanvullend onderzoek het besluit in strijd is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht naar asbest, waardoor de kapvergunning onrechtmatig is verleend.