ECLI:NL:RVS:2005:AT4693

Raad van State

Datum uitspraak
19 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200502448/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 lid 3 Wet op de Ruimtelijke OrdeningArt. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning voor dakopbouwen in Badhoevedorp

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer verleende op 24 juli 2003 aan LUX Architecten een vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van 31 dakopbouwen op woningen aan de Orchideelaan, Zonnebloemstraat en Primulastraat te Badhoevedorp. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 16 maart 2004 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Haarlem op 4 februari 2005 het beroep van verzoeker tegen het besluit eveneens ongegrond.

Verzoeker stelde bij de Raad van State een verzoek in om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee hij wilde voorkomen dat de bouwvergunning zou worden uitgevoerd zolang het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank loopt. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 14 april 2005, waarbij het college en Zicht Architecten aanwezig waren, maar verzoeker niet.

De Voorzitter overwoog dat besluiten in beginsel uitvoerbaar zijn, ook als er rechtsmiddelen tegen zijn ingesteld, zeker wanneer de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het beroep ongegrond heeft verklaard. De argumenten van verzoeker boden geen aanleiding om aan te nemen dat de vergunning in de bodemprocedure niet zou standhouden. Ook het advies van de welstandscommissie woog zwaarder dan de visie van de architect van de oorspronkelijke woningen. Gezien deze belangen was er geen grond voor een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor dakopbouwen wordt afgewezen.

Uitspraak

200502448/2.
Datum uitspraak: 19 april 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak no. Awb 04 / 801 van de rechtbank Haarlem van 4 februari 2005 in het geding tussen:
verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 24 juli 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer (hierna: het college) aan LUX Architecten (thans Zicht Architecten) vrijstelling als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en bouwvergunning verleend voor de bouw van 31 dakopbouwen op de nader in het besluit aangegeven woningen aan de Orchideelaan, Zonnebloemstraat en Primulastraat te Badhoevedorp.
Bij besluit van 16 maart 2004 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 4 februari 2005, verzonden op 15 februari 2005, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 18 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 21 maart 2005, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 18 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 21 maart 2005, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 april 2005, waar  het college, vertegenwoordigd door mr. P.D. Bes, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.
Voorts is Zicht Architecten, vertegenwoordigd door [architect] en [gemachtigde] daar gehoord.
Verzoeker is met bericht van verhindering niet ter zitting verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt te meer, indien zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het daartegen ingestelde beroep ongegrond heeft geoordeeld.
2.2.    In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht, wordt geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de vrijstelling en de bouwvergunning in de bodemprocedure niet in stand zullen blijven. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat aan de visie van de architect van de oorspronkelijke woningen in verhouding tot het gemotiveerde advies van de welstandscommissie niet het doorslaggevende gewicht toekomt dat verzoeker daaraan wil geven.
2.3.    Gelet hierop en de betrokken belangen, bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump    w.g. Steinebach-de Wit
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 april 2005
328.