ECLI:NL:RVS:2005:AT4708
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.G. Drupsteen
- J. Fransen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen revisievergunning regionale stortplaats vanwege onvoldoende inzicht in fijnstofbijdrage
Bij besluit van 13 januari 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een revisievergunning aan de Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en omstreken voor een regionale stortplaats op het perceel Baanhoekweg 40 te Dordrecht. De vergunning omvatte onder meer het gebruik van een breekinstallatie voor maximaal 250.000 ton puin en asfalt per jaar. De Stichting Werkgroep Derde Merwedehaven stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De verzoekster betoogde dat de grenswaarden voor fijn stof (PM10) uit het Besluit luchtkwaliteit onvoldoende in acht waren genomen, met name omdat de opslag en verwerking van AVI-slakken en het verkeer van en naar de inrichting niet waren meegenomen in de beoordeling. Verweerder stelde dat alleen de puinbreekactiviteiten van invloed zijn en dat de AVI-slakkenactiviteiten eind 2004 waren beëindigd. Verweerder voerde aan dat de jaargemiddelde en 24-uurgemiddelde concentraties binnen de normen blijven, hoewel voor de 24-uurgemiddelde concentratie geen rekenmethoden beschikbaar zijn.
De Voorzitter overwoog dat de berekeningen van verweerder aannemelijk maken dat de jaargemiddelde concentratie fijn stof niet wordt overschreden, mede door de afstand van circa 500 meter tot de dichtstbijzijnde woningen en het gebruik van een sproei-installatie. Voor de 24-uurgemiddelde concentratie bleek echter onvoldoende inzicht te bestaan in de bijdrage van de inrichting, terwijl deze norm ter bescherming van de algemene luchtkwaliteit geldt. Gezien eerdere overschrijdingen in 2003 achtte de Voorzitter het voorshands aannemelijk dat de activiteiten een bijdrage leveren aan de 24-uurgemiddelde concentratie en twijfelde of het besluit in de bodemprocedure stand zal houden. Daarom werd het besluit geschorst als voorlopige voorziening.
De Voorzitter zag geen aanleiding om op de overige bezwaren in te gaan en wees proceskosten toe aan verzoekster.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning is bij wijze van voorlopige voorziening geschorst wegens onvoldoende inzicht in de bijdrage aan de 24-uurgemiddelde fijnstofconcentratie.