ECLI:NL:RVS:2005:AT4710
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.G. Drupsteen
- S.L. Toorenburg-Bovenkerk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens gebruik Clear Shield met HCFC-141b
Ritec Holland B.V. kreeg op 4 juni 2004 een last onder dwangsom opgelegd door de Staatssecretaris van VROM wegens het behandelen van glasoppervlakten met Clear Shield, een product dat de stof HCFC-141b bevat. Dit was in strijd met het Besluit ozonlaagafbrekende stoffen Wms 2003 en de Europese Verordening 2037/2000. De dwangsom bedroeg € 5.000 per maand met een maximum van € 60.000.
Ritec maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens een controle was vastgesteld dat Clear Shield HCFC-141b bevat, een stof die verboden is. Ritec had een tijdelijke vrijstelling aangevraagd bij de Britse bevoegde autoriteit, die werd ondersteund maar uiteindelijk door de Europese Commissie werd afgewezen. Ritec stelde dat het onderzoek naar legalisering nog niet was afgerond en dat het stopzetten van het gebruik ernstige economische schade zou veroorzaken.
De Voorzitter oordeelde dat de Europese Commissie bereid was de aanvraag te heroverwegen en dat een tijdelijke vrijstelling mogelijk was. Gezien de bijzondere omstandigheden en het ontbreken van overtuigende milieunadelen, werd de last onder dwangsom geschorst tot zes weken na de bezwaarbeslissing. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De last onder dwangsom is geschorst tot zes weken na de bezwaarbeslissing, met proceskostenvergoeding aan verzoekster.