ECLI:NL:RVS:2005:AT4716
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit nadere eisen glastuinbouwbedrijf type A wegens strijd met Wet milieubeheer
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda op 20 december 2002 nadere eisen opgelegd aan een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die een glastuinbouwbedrijf exploiteert. Deze eisen waren gebaseerd op voorschrift 4.1.4 van bijlage 2 bij het Besluit Glastuinbouw. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 16 juni 2003 ongegrond werd verklaard. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat het bedrijf vóór 1 mei 1996 is opgericht en daarmee kwalificeert als een glastuinbouwbedrijf type A. Dit betekent dat het Besluit Glastuinbouw niet van toepassing is en het bedrijf vergunningplichtig blijft op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer. Het deskundigenbericht van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening bevestigde dat de woning van appellanten een object categorie II is en dat de afstand tot de uitbreiding van de woning minder dan tien meter bedraagt.
De Raad van State oordeelt dat het college niet bevoegd was om nadere eisen te stellen op basis van het Besluit Glastuinbouw. Het bestreden besluit is daarom in strijd met het systeem van de Wet milieubeheer en wordt vernietigd. Tevens wordt het besluit van 20 december 2002 herroepen. De gemeente Breda wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellanten. De overige bezwaren behoeven geen behandeling.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het eerdere besluit herroepen.