ECLI:NL:RVS:2005:AT4718
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vergunning milieu-inrichting en samenhang bedrijven
Bij besluit van 4 januari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe een vergunning verleend voor het veranderen van een inrichting aan een locatie in de gemeente. Verzoeker stelde dat het bedrijf en een op het naastgelegen perceel geprojecteerd bedrijf gezamenlijk als één inrichting moeten worden aangemerkt volgens de Wet milieubeheer.
De Voorzitter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening en overwoog dat de mogelijke samenhang tussen de bedrijven wel ter sprake was gebracht, waardoor het verzoek niet zonder meer kon worden afgewezen. Volgens artikel 1.1, vierde lid, tweede volzin, van de Wet milieubeheer worden installaties die tot dezelfde onderneming behoren en onderlinge bindingen hebben en in elkaars nabijheid liggen als één inrichting beschouwd.
Vaststond dat het geprojecteerde bedrijf op het naastgelegen perceel destijds nog niet bestond en dat er geen feitelijke activiteiten plaatsvonden. Hierdoor kon er geen sprake zijn van een samenhang als bedoeld in de wet. Het feit dat later een oprichtingsvergunning werd verleend, veranderde hier niets aan. Daarom zag de Voorzitter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 22 april 2005.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bedrijven niet als één inrichting kunnen worden beschouwd.