ECLI:NL:RVS:2005:AT4730
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H.B. van der Meer
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding planschade wegens vestiging kinderwoongroep in vrijstaande woning
Appellant verzocht de raad van Haarlem om vergoeding van schade op grond van artikel 49 WRO Pro vanwege overlast veroorzaakt door een kinderwoongroep voor alleenstaande minderjarige asielzoekers in een nabijgelegen vrijstaande villa. De raad wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde dat de overlast leidde tot vermindering van woongenot en waardevermindering van zijn woning. De vestiging van de kinderwoongroep was mogelijk gemaakt door een vrijstelling van het bestemmingsplan voor vijf jaar. De rechtbank oordeelde dat er geen planologisch nadelige situatie was ontstaan die vergoeding rechtvaardigde.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderschreef dit oordeel en voegde toe dat de vrijstelling inmiddels was verlopen en de woongroep het pand had verlaten. De door appellant gestelde vermindering van woongenot werd niet als vermogensschade erkend die onder artikel 49 WRO Pro valt, omdat deze schade voortkwam uit gedragingen van de woongroep en niet uit de vrijstelling zelf.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van vergoeding van planschade bevestigd.