ECLI:NL:RVS:2005:AT4731
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H.B. van der Meer
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding planschade door vestiging kinderwoongroep in vrijstaande villa
Appellant verzocht om vergoeding van planschade op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) vanwege overlast veroorzaakt door een kinderwoongroep voor alleenstaande minderjarige asielzoekers in een pand naast zijn woning. De vestiging van deze woongroep was mogelijk gemaakt door een vrijstelling van het bestemmingsplan, verleend voor de duur van vijf jaar.
De rechtbank Haarlem wees het verzoek tot schadevergoeding af omdat er geen planologisch nadeliger situatie was ontstaan door de verleende vrijstelling. De Raad van State onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat de vrijstelling inmiddels is verlopen en de woongroep het pand heeft verlaten.
Appellant stelde ook schade te hebben geleden door verminderd woongenot gedurende de vrijstellingsperiode. De Raad oordeelt echter dat deze schade niet voortvloeit uit de vrijstelling zelf, maar uit het gedrag van de woongroep, en daarom niet voor vergoeding in aanmerking komt.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding van planschade bevestigd.