ECLI:NL:RVS:2005:AT4744
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- W.D.M. van Diepenbeek
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding bij vergunning Wet beheer Rijkswaterstaat
Appellante had een ambtshalve vergunning ontvangen voor het behouden van bouwwerken en tuinaanleg in het rivierbed op een perceel. Tegen het besluit van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de daaropvolgende uitspraak van de rechtbank Roermond werd hoger beroep ingesteld.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard. Het hoger beroep bij de Raad van State werd echter niet tijdig ingediend; het beroepschrift kwam pas binnen na het verstrijken van de wettelijke termijn. Appellante voerde aan dat de aangetekende verzending van de uitspraak niet correct was verlopen, waardoor zij niet tijdig kon reageren.
De Raad van State oordeelde dat de termijn voor het instellen van hoger beroep correct was aangevangen op basis van de dagtekening van de eerste verzending. De tweede verzending met dezelfde dagtekening bood geen grond voor verschoonbaarheid. Er waren geen feiten of omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden.