Uitspraak
200403326/1heeft de Afdeling het besluit van 3 maart 2004 vernietigd, voorzover het betreft het ongegrond verklaren van het bezwaar tegen het afwijzen van het verzoek om handhavend op te treden tegen de overschrijding van de werktijden.
Raad van State
Verzoekster, Sonac Burgum B.V., heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Fryslân om handhavingsmaatregelen op te leggen wegens overtreding van werktijdenvoorschriften verbonden aan een milieuvergunning voor haar inrichting te Suameer.
Na eerdere besluitvorming en bezwaarprocedures heeft de Voorzitter geoordeeld dat het bezwaar gegrond is verklaard en dat het bestuursorgaan terecht is overgegaan tot het opleggen van lasten onder dwangsom. Verzoekster stelde dat de overtredingen niet hadden plaatsgevonden omdat zij meldingen deed en impliciete toestemming ontving, maar de Voorzitter oordeelde dat expliciete toestemming vereist is.
Verder was er geen concreet zicht op legalisatie van de overtredingen, ondanks lopende vergunningaanvragen. De hoogte van de dwangsom en de begunstigingstermijn werden als redelijk beoordeeld. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit wordt afgewezen.