ECLI:NL:RVS:2005:AT5091
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens sluikhandel afvalstoffen
Verzoekster, CVB Ecologistics B.V., werd bij besluit van 3 maart 2005 door de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verplicht zich te onthouden van sluikhandel met papieren zakken voorzien van kunststof binnenzakken zonder kennisgeving of toestemming van bevoegde autoriteiten, conform artikel 26, eerste lid, van Verordening 259/93/EEG. Bij overtreding zou een dwangsom van €10.000 per overtreding worden opgelegd, met een maximum van €100.000.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 14 april 2005 verklaarde verzoekster zich te zullen onthouden van de overtreding in afwachting van de beslissing op bezwaar en eventueel beroep. Verweerder bevestigde dat zolang geen dwangsommen zouden worden verbeurd.
De Voorzitter stelde vast dat het verzoek om voorlopige voorziening geen spoedeisend belang had, omdat verzoekster zich vrijwillig aan de last hield en er geen onmiddellijke dwangsommen werden verbeurd. Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.