ECLI:NL:RVS:2005:AT5096
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning manege op grond van Wet milieubeheer
Bij besluit van 21 december 2004 heeft de gemeente krachtens de Wet milieubeheer een vergunning verleend aan de vergunninghouder voor het oprichten en in werking hebben van een manege op een perceel te een plaats. Dit besluit is op 7 januari 2005 ter inzage gelegd. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De Voorzitter heeft het verzoek behandeld op 14 april 2005, waarbij partijen zijn gehoord. Verzoeker stelde dat de aanvraag onvolledig was, onder meer vanwege het ontbreken van aanvullend akoestisch onderzoek en onduidelijkheden over de tekeningen die deel uitmaken van de vergunning. De Voorzitter oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de aanvraag voldoende informatie bevatte voor een goede milieubeoordeling.
Verder voerde verzoeker aan dat de paardenstal een open zijgevel zou hebben en dat de mechanische ventilatie niet zou functioneren bij het openen van ramen. De Voorzitter stelde vast dat de tekening geen open zijgevel of ramen vermeldde en dat dergelijke bezwaren niet de rechtmatigheid van de vergunning raken. Ook het betoog dat de mechanische ventilatie een ongezonde omgeving voor de paarden zou creëren, werd verworpen omdat dit niet onder het milieubelang valt.
Gelet op deze overwegingen zag de Voorzitter geen reden tot het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen de milieuvergunning voor de manege wordt afgewezen.