ECLI:NL:RVS:2005:AT5132
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Kosto
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning ontgronding zeezand wegens onjuiste procedure en MER-verplichting
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat verleende op 23 maart 2004 een vergunning voor het winnen van 6 miljoen m³ zeezand in diverse vakken van de Noordzee. Stichting de Noordzee stelde beroep in tegen dit besluit omdat volgens haar de ontgronding geen eenvoudige aard had en de verkorte procedure onterecht was toegepast.
De Raad van State oordeelde dat de oppervlakte van de ontgronding de drempel van 100 hectare uit het Besluit milieueffectrapportage overschrijdt, waardoor geen sprake kan zijn van een ontgronding van eenvoudige aard. Hierdoor had een uitgebreide procedure gevolgd moeten worden en was een milieueffectrapportage verplicht. Het bestaande MER in het kader van het Regionaal Ontgrondingenplan kon niet als locatiespecifiek MER worden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het besluit van de Staatssecretaris en beval vergoeding van het griffierecht aan appellante. Hiermee werd bevestigd dat de verkorte procedure onjuist was toegepast en dat de milieueffectrapportageplicht niet was nageleefd.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van de verkorte procedure en ontbrekende milieueffectrapportage.