ECLI:NL:RVS:2005:AT5142
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke intrekking woninggebonden subsidie na splitsing pand in appartementsrechten
Het dagelijks bestuur van het Regionaal Orgaan Amsterdam trok op 4 juni 2003 de woninggebonden subsidie aan appellant gedeeltelijk in vanwege het splitsen van het pand in appartementsrechten, wat in strijd was met de subsidieverleningsvoorwaarden.
Appellant stelde dat hij erop mocht vertrouwen dat de subsidie niet zou worden teruggevorderd, mede vanwege uitlatingen van een ambtenaar van het stadsdeel Oud-Zuid. De rechtbank verwierp dit beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat de ambtenaar geen bevoegdheid had over de subsidieverlening en appellant zijn stellingen niet aannemelijk maakte.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de aangehaalde situatie van een ander pand en een andere verordening niet vergelijkbaar was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 september 2004. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke intrekking van de subsidie wordt bevestigd.