ECLI:NL:RVS:2005:AT5349
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing energiepremie wegens onvoldoende motivering
Appellant vroeg een energiepremie aan voor een in 2003 aangebrachte energiebesparende voorziening. De minister wees de aanvraag af omdat hij aannam dat de koopovereenkomst reeds in december 2002 was gesloten, waardoor de aanvraag niet onder de geldende regeling viel.
Appellant stelde dat de overeenkomst pas in april 2003 was gesloten, ondersteund door verklaringen van de leverancier en de datum van eigendomsoverdracht van de woning in mei 2003. De Raad van State oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de overeenkomst in 2002 zou zijn gesloten, mede gelet op de verklaring van de leverancier en de eigendomsdatum.
Daarom werd het besluit vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel (artikel 7:12 Awb Pro). Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de energiepremie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.