ECLI:NL:RVS:2005:AT5355
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M.J. van der Zijpp
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen besluit geen handhavingsmaatregelen op te leggen
Verzoekers hebben bij het college van burgemeester en wethouders van Menaldumadeel een verzoek ingediend om handhavend op te treden tegen een partij op een bepaald adres. Het college besloot op 9 februari 2005 om geen handhavingsmaatregelen op te leggen. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 19 april 2005 werden de standpunten van verzoekers, verweerder en de betrokken partij gehoord. De Voorzitter overwoog dat het onduidelijk was of het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer van toepassing was en dat het college ten onrechte was uitgegaan van een vergunningplichtige inrichting op basis van een Hinderwetvergunning uit 1993. Tevens was de aanvraag ten onrechte buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van de vergunning.
Gezien deze onzekerheden en onjuistheden in het besluit zag de Voorzitter aanleiding om het besluit van het college te schorsen en de gemeente te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De voorlopige voorziening werd op 4 mei 2005 uitgesproken.
Uitkomst: Het besluit van het college om geen handhavingsmaatregelen op te leggen is geschorst en de gemeente is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.