ECLI:NL:RVS:2005:AT5364
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Nederlanderschap wegens ontbreken gelegaliseerde geboorteakte
De minister heeft het verzoek van de vreemdeling om verlening van het Nederlanderschap niet in behandeling genomen omdat zij geen gelegaliseerde en geverifieerde geboorteakte kon overleggen, een vereiste volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap en de bijbehorende handleiding.
De vreemdeling stelde dat zij redelijkerwijs niet over deze akte kon beschikken en verzocht de minister gebruik te maken van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid. De minister handhaafde het besluit tot niet-behandeling, waarna de rechtbank dit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De Raad van State oordeelde dat het ontbreken van de geboorteakte niet automatisch betekent dat de aanvraag onvolledig is in procedurele zin, maar dat de minister gehouden is een belangenafweging te maken bij de inhoudelijke beoordeling. De minister had dit niet op juiste wijze gedaan, waardoor de rechtbank terecht het besluit vernietigde.
Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.