ECLI:NL:RVS:2005:AT5374
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek inzage AIVD-gegevens over appellant
Appellant verzocht de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om inzage in de over hem bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) aanwezige gegevens. De Minister wees dit verzoek deels af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Minister verstrekte appellant een dossier met enkele niet-actuele gegevens uit de jaren 1949-1950 en gaf aan dat over de periode 1966-1978 geen gegevens waren gevonden. Verder weigerde de Minister antwoord te geven op de vraag of er over appellant gegevens bekend waren buiten genoemde periodes, conform artikel 53 van Pro de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV).
Appellant stelde dat er over hem gegevens moesten zijn over de periode 1978-2002, omdat hij tijdens zijn raadslidmaatschap misstanden had aangekaart en hij recht had op de identiteit van een persoon die hem zou hebben benadeeld. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat geen andere niet-actuele gegevens waren aangetroffen en dat de Minister op grond van artikel 53 WIV Pro niet verplicht was te antwoorden op de vraag naar actuele gegevens.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.