ECLI:NL:RVS:2005:AT5653
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verkeersbesluit ligplaatsen Merwedekanaal wegens belangen scheepvaartverkeer
De Minister van Verkeer en Waterstaat heeft op 7 september 2001 een verkeersbesluit genomen waarin nieuwe ontheffingen voor ligplaatsen aan het Merwedekanaal worden beperkt, met prioriteit voor eigenaren met een gedoogbeschikking. Appellant, die sinds 1983 jaarlijks met zijn recreatievaartuig ligplaats neemt nabij zijn woning, betoogde dat hij een ontheffing moest krijgen omdat hij jarenlang werd gedoogd en er geen nautische problemen waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat er van oudsher een ligplaatsverbod geldt op dit deel van het Merwedekanaal en dat appellant nooit een ontheffing heeft gekregen. De belangen van het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en de veiligheid zijn zwaarwegend en zijn door de Minister voldoende meegewogen. De rechtbank had dit oordeel ook al bevestigd.
Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Utrecht wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en verkeersbesluit bevestigd.