ECLI:NL:RVS:2005:AT5659
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning kalverhouderij
Bij besluit van 27 januari 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een kalverhouderij op een perceel in Gorinchem. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 28 april 2005, waarbij partijen en de vergunninghouder werden gehoord. Verzoekster bracht onder meer naar voren dat de nationale regelgeving omtrent zones rondom kwetsbare gebieden niet strookt met Europese regelgeving, maar dit werd in dit stadium als strijdig met de goede procesorde beoordeeld en daarom niet meegenomen.
Verder werd geoordeeld dat verzoekster niet-ontvankelijk was in haar beroep voor een deel van de gronden omdat zij geen bedenkingen had ingebracht tegen het ontwerpbesluit. De Voorzitter vond dat het besmettingsrisico dat verzoekster aanvoerde onvoldoende was onderbouwd om de vergunning te weigeren of aanvullende voorschriften te stellen.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen de vergunning voor de kalverhouderij wordt afgewezen.