ECLI:NL:RVS:2005:AT5661
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Dijk
- C.H.M. van Altena
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vorming dislocatie islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun
Appellante, de Stichting voor Islamitisch voortgezet onderwijs Ibn Ghaldoun, verzocht om toestemming voor de vorming van een nevenvestiging dan wel dislocatie met instroom van leerlingen in de eerste twee leerjaren op de Rotterdamse noordoever. Verweerder, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, wees dit verzoek bij besluit van 30 juni 2003 af, een besluit dat bij bezwaar op 31 augustus 2004 werd gehandhaafd.
De afwijzing was gebaseerd op beleidsregels uit de Regeling criteria en procedures voor het verkrijgen van toestemming voor verplaatsing, omzetting, splitsing en nevenvestiging, waarin werd bepaald dat dislocaties tijdelijk zijn en dicht bij de hoofdvestiging moeten liggen. Voor dislocaties op meer dan 3 kilometer afstand, zoals hier het geval, is het huisvesten van eerstejaars leerlingen in principe niet toegestaan. Verweerder achtte de aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende om van deze beleidsregels af te wijken.
Appellante voerde aan dat haar huidige huisvesting slecht was, dat zij een vestiging op de noordoever nodig had om haar voedingsgebied adequaat te bedienen, dat de afwijzing onvoldoende was gemotiveerd en dat zij oneerlijke concurrentie ondervond van een andere islamitische lesplaats. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op zijn standpunt kon stellen en dat de motivering toereikend was. Ook de overschrijding van de beslistermijnen leidde niet tot een ander oordeel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot vestiging van een dislocatie werd ongegrond verklaard.