ECLI:NL:RVS:2005:AT5666
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- C.H.M. van Altena
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit rijksbijdrage 2001 voor hogeschool inzake kwalificatie opleidingen
De zaak betreft het hoger beroep van Hogeschool INHOLLAND tegen de vaststelling van de rijksbijdrage 2001 door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Appellante stelde dat drie opleidingen ten onrechte als stabiele opleidingen waren aangemerkt, terwijl zij volgens haar als opleidingen in opbouw hadden moeten worden beschouwd. Hierdoor zou onterecht artikel 3.3 van het Besluit zijn toegepast in plaats van artikel 3.5.
De rechtbank Alkmaar had het beroep ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overweegt dat uit eerdere besluiten in 2000 voldoende blijkt dat de opleidingen als stabiel zijn aangemerkt. Appellante had geen bezwaar of beroep ingesteld tegen die besluiten, waardoor deze in rechte onaantastbaar zijn geworden.
De Afdeling benadrukt dat de beoordeling of een opleiding in opbouw is slechts éénmaal wordt gemaakt en geldt voor daaropvolgende begrotingsjaren. De brieven van appellante uit 2000 kunnen niet worden aangemerkt als bezwaarschrift tegen de besluiten van dat jaar. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in het openbaar op 18 mei 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep van Hogeschool INHOLLAND tegen de vaststelling van de rijksbijdrage 2001 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.