ECLI:NL:RVS:2005:AT5670
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R. Cleton
- P.J.A.M. Broekman
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening levering Maasklei aan Duitse afnemer toegestaan
Verzoekster kreeg van het college van gedeputeerde staten van Limburg een vergunning onder voorschriften voor het ontgronden van een perceel met het oog op het winnen van Maasklei voor de grofkeramische industrie. Een van de voorschriften beperkte de afzet tot Noord- en Midden-Limburg. Verzoekster wilde echter Maasklei blijven leveren aan een vaste afnemer net over de Duitse grens.
Verzoekster stelde dat zij een spoedeisend belang had bij het continueren van deze levering, omdat zij jaarlijks ongeveer 10.000 m3 Maasklei aan deze Duitse afnemer levert. Verweerder beriep zich op het provinciaal beleid dat een tekort aan Maasklei in Limburg moest voorkomen en dat levering buiten de regio in strijd was met het Grondstoffenplan.
De Voorzitter oordeelde dat het vergunningvoorschrift een kwantitatieve uitvoerbeperking vormde in de zin van artikel 29 van Pro het EG-Verdrag en dat verweerder geen rechtvaardiging had gegeven zoals bedoeld in artikel 30 van Pro dat verdrag. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en mocht verzoekster tot 31 december 2005 Maasklei aan de Duitse afnemer leveren.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het oordeel is voorlopig en bindt niet in de bodemprocedure.
Uitkomst: Verzoekster mag tot 31 december 2005 Maasklei leveren aan de Duitse afnemer ondanks het vergunningvoorschrift.