ECLI:NL:RVS:2005:AT5691
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning tandheelkundig centrum ondanks bezwaar veehouderij nabij
Het college van burgemeester en wethouders van Lichtenvoorde verleende op 29 juli 2003 een vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van een tandheelkundig centrum met laboratorium op een perceel met bestemmingen die dit niet toestonden. Het college baseerde zich op een verklaring van geen bezwaar van de gedeputeerde staten van Gelderland en artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Appellant sub 2, een veehouder op een nabijgelegen perceel, maakte bezwaar tegen de vergunningverlening vanwege de nabijheid van zijn rundveehouderij. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 2 ongegrond en oordeelde dat de afstand tussen de veehouderij en het centrum toereikend was en dat het college in redelijkheid tot het besluit kon komen. Het college stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, maar dit werd door de Raad van State niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een procesbelang.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college geen aanleiding had om van de vrijstelling af te zien, mede gelet op de beperkte omvang van de veehouderij, de overgangsrechtelijke situatie en de afstand tot de bebouwde kom. Ook achtte de Afdeling het niet noodzakelijk te oordelen over de vergunningplicht op grond van de Wet milieubeheer. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van appellant sub 2 ongegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.