ECLI:NL:RVS:2005:AT5696
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit beëindiging detailhandelsactiviteiten in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Roermond heeft appellant per besluit van 7 november 2003 opgedragen de verkoopactiviteiten aan particulieren in de voormalige 'Eiermijn' te beëindigen, met een dwangsom bij overtreding. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat deels werd gehonoreerd door het college, waarna de voorzieningenrechter het beroep van appellant ongegrond verklaarde.
Appellant stelde in hoger beroep onder meer dat het besluit op bezwaar onrechtmatig was omdat het oorspronkelijke besluit niet was herroepen en dat het besluit geen rechtsmiddelenclausule bevatte. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bestuursorgaan niet verplicht is het primaire besluit te herroepen bij aanvulling van de motivering en dat het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule niet tot vernietiging leidt omdat appellant niet in zijn belangen is geschaad.
Verder is vastgesteld dat het gebruik van het pand voor detailhandel niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan en dat er geen uitzicht is op legalisatie, mede omdat het college geen vrijstelling wil verlenen vanwege gemeentelijk beleid gericht op concentratie van detailhandel. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare gevallen niet gelijk zijn en er voor andere gebruikers wel vrijstellingen of overgangsrechten gelden.
De Afdeling vond dat het college terecht het algemeen belang van handhaving zwaarder heeft gewogen dan de bedrijfsbelangen van appellant, mede omdat appellant risico's heeft genomen door niet voldoende informatie in te winnen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.