ECLI:NL:RVS:2005:AT5701
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning bouw woning ondanks overschrijding maximale bouwhoogte
Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer verleende op 18 april 2002 een vergunning voor de bouw van een woning op een perceel in Zoetermeer, waarbij de bouwhoogte de maximale hoogte van het bestemmingsplan overschreed. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en voerden aan dat het bouwplan zou leiden tot meer schaduwwerking en geluidsoverlast.
Het college handhaafde het besluit en verleende een vrijstelling op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) in samenhang met artikel 20 van Pro het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (Bro). De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht de vrijstelling heeft verleend, ondanks een vermeende standpuntwijziging tijdens de procedure. Uit het bezonningsonderzoek bleek dat de schaduwwerking voornamelijk door bestaande bebouwing werd veroorzaakt en dat het bouwplan nauwelijks extra schaduw gaf. De vrees voor extra geluidsoverlast door weerkaatsing van geluid werd niet onderbouwd door appellanten.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning met vrijstelling wordt bevestigd.