ECLI:NL:RVS:2005:AT6130
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R.E.A. Matulewicz
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar tegen verkeersmaatregelen Achtergraft te Koedijk
Het college van burgemeester en wethouders van Langedijk heeft appellant geïnformeerd dat op de Achtergraft te Koedijk geen verkeersdrempels, maar wegversmallingen zullen worden aangebracht. Appellant maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betrof.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar oordeelde vervolgens dat de brief van het college geen appellabel besluit was en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, die het geschil op 7 april 2005 behandelde.
De Raad van State bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat de brief geen besluit in de zin van de Awb bevatte, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk was. Ook werd vastgesteld dat het bezwaarschrift niet gericht was tegen eerdere correspondentie die eveneens geen besluit inhield. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.