Uitspraak
200104942/2van oordeel dat verweerder deze woningen terecht in categorie III heeft ingedeeld, nu niet is gebleken van feiten of omstandigheden die nopen tot een ander oordeel.
Raad van State
Bij besluit van 2 september 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Grave een revisievergunning voor een pluimvee- en paardenhouderij. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege de ligging nabij een kwetsbaar gebied en de beoordeling van stank- en geluidshinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het intrekkingsbesluit van een verordening betreffende een kwetsbaar gebied niet rechtsgeldig was bekendgemaakt, waardoor dit gebied niet als zodanig kon worden aangemerkt. Daarnaast werd vastgesteld dat de woning nabij de inrichting als agrarische bedrijfswoning moet worden beschouwd, omdat de bewoners betrokken waren bij de exploitatie en gebruik maakten van dezelfde nutsvoorzieningen.
De Afdeling oordeelde dat de vergunning terecht was verleend, mede omdat de milieutechnische richtlijnen correct waren toegepast en het alara-beginsel niet werd geschonden door het ontbreken van een chemisch luchtwassysteem. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.