ECLI:NL:RVS:2005:AT6139
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R. Cleton
- P.J.A.M. Broekman
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opheffing schorsende werking bezwaar mosselkorfproject Waddenzee
Verzoekster, het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek B.V., ontving op 1 maart 2005 een vergunning van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor het uitvoeren van onderzoek naar mosselzaadinvang met mosselkorven in de Waddenzee tot uiterlijk 1 mei 2008. Tegen dit besluit maakten CPO Visserijbelangen Wieringen en West 6 B.V. bezwaar. Verzoekster vroeg daarop een voorlopige voorziening om de schorsende werking van deze bezwaren op te heffen.
De Voorzitter stelde vast dat het mosselkorfproject past binnen het beleidskader van het Beleidsbesluit schelpdiervisserij 2005-2020 en dat de vergunning gebaseerd is op een passende beoordeling conform de Habitatrichtlijn. Er werd geen twijfel geconstateerd over het ontbreken van schadelijke gevolgen voor de natuurlijke kenmerken van de Waddenzee. Niet-ecologische argumenten van bezwaarmakers werden niet relevant geacht.
De Voorzitter oordeelde dat het spoedeisend belang van verzoekster groot is vanwege het seizoensgebonden karakter van de mosselzaadproductie en het belang van het onderzoek over meerdere seizoenen. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en de schorsende werking van de bezwaren opgeheven. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De schorsende werking van de bezwaren tegen de vergunning voor het mosselkorfproject in de Waddenzee is opgeheven.