Uitspraak
200102729/1, heeft de Afdeling het door appellant ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Cuijk weigerde aanvankelijk een bouwvergunning voor een bedrijfswoning met garage op een perceel in agrarisch gebied. Na bezwaar en beroep werd de vergunning onder voorwaarden verleend, maar de rechtbank verklaarde het beroep van een derde partij gegrond en vernietigde de beslissing. In hoger beroep bij de Raad van State werd het oordeel van de rechtbank bevestigd.
De kern van het geschil betrof de vraag of de bedrijfswoning noodzakelijk was voor de agrarische bedrijfsvoering. De Raad overwoog dat het college zich uitsluitend baseerde op de mededeling van appellant over persoonlijke controle van het productieproces, zonder nader onderzoek. Dit was onvoldoende om de noodzaak van de bedrijfswoning aan te nemen.
Verder werd geoordeeld dat het college niet kon volstaan met het advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen of verklaringen van derden, aangezien deze niet aan de nieuwe beslissing ten grondslag lagen. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de bouwvergunning wegens onvoldoende onderzoek naar de noodzaak van de bedrijfswoning.