ECLI:NL:RVS:2005:AT6150
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- T.L.J. Drouen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake milieuvergunning voor inrichting
Bij besluit van 22 februari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe een milieuvergunning verleend aan de vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting aan een locatie te Overbetuwe. Dit besluit is op 2 maart 2005 ter inzage gelegd. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek behandeld op 10 mei 2005, waarbij partijen zijn gehoord. Het geschil betreft de vraag of het bedrijf en een naastgelegen bedrijf tezamen één inrichting vormen in de zin van de Wet milieubeheer.
De Voorzitter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is om een voorlopige voorziening te treffen, mede omdat de inrichting nog niet is opgericht en de bouwvergunning nog niet is verleend. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.