Uitspraak
200306585/1, AB 2004/293, vergelijkbare situatie is reeds daarom geen sprake. De vraag of de wetswijziging aan tenuitvoerlegging van de handhavingsbeslissing in de weg staat, is in deze procedure niet aan de orde.
Raad van State
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid heeft appellant gelast een houten gebouw op zijn perceel te verwijderen omdat het in strijd is met het bestemmingsplan "Stadion- en Beethovenbuurt 1996" dat bebouwing op gronden bestemd voor Tuinen 1 verbiedt.
Appellant had zonder vergunning het gebouw vernieuwd en vergroot en verzocht om een bouwvergunning en vrijstelling, welke werden geweigerd. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. Appellant stelde dat het dagelijks bestuur onredelijk handhaafde vanwege een op handen zijnde wetswijziging die vergunningplicht zou afschaffen.
De Raad van State oordeelt dat het dagelijks bestuur terecht vasthoudt aan het bestemmingsplan en het beleid om geen bebouwing toe te staan op Tuinen 1, mede omdat onzeker was of de wetswijziging de vergunningplicht daadwerkelijk zou opheffen. Handhavend optreden is hier gerechtvaardigd en niet onevenredig. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot handhaving en sloop van het gebouw bevestigd.