Uitspraak
200104563/1(BR 2003, 399), bestaat voor zodanig oordeel slechts dan aanleiding indien reeds bij een globale beschouwing aanstonds duidelijk had behoren te zijn dat het voorgenomen bouwplan in planologisch opzicht onaanvaardbaar is. Een dergelijk geval doet zich hier niet voor.
200302477/1(AB 2004, 130) was daarmee voldaan aan de in artikel 19, vierde lid, van de WRO gestelde eis voor toepassing van het eerste lid van dat artikel. De omstandigheid dat tegen het voorbereidingsbesluit bezwaar is gemaakt maakt dat niet anders.