ECLI:NL:RVS:2005:AT6562
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuursdwangbesluit inzameling huishoudelijk afval in strijd met verordening
Op 13 december 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht bestuursdwang toegepast tegen appellant wegens het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen buiten de toegestane tijden volgens de Afvalstoffenverordening Utrecht 2004. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van vier huisvuilzakken die vóór de toegestane tijd waren aangeboden. Verweerder stelde de kosten van €100 voor het verwijderen op appellant te verhalen.
Appellant voerde aan dat hij op het moment van overtreding op Curaçao verbleef en niet verantwoordelijk kon zijn voor het aanbieden van het afval. Verweerder baseerde zich op de verordening die stelt dat de persoon tot wie afvalstoffen herleid kunnen worden als overtreder wordt aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat deze bepaling niet in overeenstemming is met de Algemene wet bestuursrecht, omdat deze geen ruimte laat voor tegenbewijs.
Gezien de omstandigheden en het bewijs dat appellant niet zelf het afval heeft aangeboden, werd geoordeeld dat appellant niet als overtreder kon worden aangemerkt. Het besluit tot bestuursdwang en het kostenverhaal werden vernietigd en herroepen. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang en kostenverhaal wordt vernietigd en herroepen.