ECLI:NL:RVS:2005:AT6571
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. van den Brink
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing subsidie sanering loden drinkwaterleidingen wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Appellant had een aanvraag ingediend voor subsidievaststelling op grond van de Subsidieregeling sanering loden drinkwaterleidingen, welke door verweerder is afgewezen omdat appellant te vroeg was begonnen met de sanering. Verweerder handhaafde dit besluit na bezwaar, waarna appellant beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat appellant wist dat hij in strijd met de Subsidieregeling had gehandeld, maar dat verweerder bij de subsidieverlening toch toestemming had gegeven ondanks de overtreding. Appellant stelde dat dit een gerechtvaardigde verwachting schepte dat de subsidie zou worden toegekend, maar de Raad verwierp dit beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de sanering ingegeven was door een acute noodsituatie en niet afhankelijk was van de subsidie.
Voorts oordeelde de Raad dat verweerder het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door de Subsidieregeling strikt toe te passen zonder ruimte voor afwijking in spoedeisende gevallen. De interne nota waaruit bleek dat in enkele gevallen wel subsidie was verstrekt bij te vroege sanering, maakte het besluit van verweerder onvoldoende gemotiveerd.
De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en gelastte vergoeding van het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de subsidievaststelling wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en onvoldoende motivering.