ECLI:NL:RVS:2005:AT6591
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning pluimveehouderij wegens onjuiste geluidbeoordeling
Bij besluit van 20 april 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Oss een vergunning voor het oprichten en exploiteren van een pluimveehouderij met 28.000 legkippen. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, met name gericht op de onduidelijkheid over de opslag van spoelwater, het ontbreken van bodemonderzoek en geluidhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de aanvraag voldoende informatie bevatte over de spoelwateropslag en dat het bevoegd gezag terecht afzag van aanvullend bodemonderzoek gezien de voorschriften ter bescherming van bodem en grondwater. Echter, de Afdeling stelde vast dat de beoordeling van de geluidbelasting onvolledig was, omdat incidentele geluidactiviteiten zoals het laden en afvoeren van eieren en geluid van opslagruimten niet waren meegenomen. Dit leidde tot overschrijding van geluidgrenswaarden zonder passende voorschriften.
Daarmee was het besluit in strijd met de Algemene wet bestuursrecht, met name de eisen van een deugdelijke motivering en het vergaren van relevante feiten. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening vernietigd wegens onjuiste geluidbeoordeling.