ECLI:NL:RVS:2005:AT6933
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- M. Oosting
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning melkrundveehouderij wegens onjuiste geluidbeoordeling
Bij besluit van 15 oktober 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Harlingen een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een melkrundveehouderij. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde onder meer dat de vergunning onterecht was verleend vanwege mogelijke stank- en geluidhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunning weliswaar aan milieutechnische voorschriften voldeed, maar dat de beoordeling van geluidhinder onvolledig was. Met name werden incidentele geluidactiviteiten, zoals werkzaamheden met een shovel en tractorbewegingen, ten onrechte buiten beschouwing gelaten, waardoor de motivering van het besluit onvoldoende was.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige beoordeling van milieueffecten bij vergunningverlening.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening is vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent geluidhinder.