ECLI:NL:RVS:2005:AT6935
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Dolman
- Rechtspraak.nl
Deelwijziging goedkeuring bestemmingsplan Bunschoten-Stad met archeologische aanduiding deels vernietigd
De gemeenteraad van Bunschoten stelde op 22 januari 2004 het bestemmingsplan 'Bunschoten-Stad' vast, waarin onder meer de oostelijke stadsweiden de bestemming 'Agrarisch onbebouwd' met de aanduiding 'archeologische waarden' kregen. Dit plan werd door het college van gedeputeerde staten van Utrecht op 24 augustus 2004 goedgekeurd. Appellant maakte bezwaar tegen deze goedkeuring, stellende dat de archeologische waarde van de gronden niet is aangetoond en dat het aanlegvergunningstelsel een onevenredige belemmering vormt voor het gebruik van zijn gronden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat verweerder terecht uitging van de Archeologische Monumentenkaart en het provinciale beleid, waarbij het ontbreken van archeologische vondsten bij eerdere grondwerkzaamheden niet afdoet aan de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Wel stelde de Afdeling vast dat de motivering van het besluit onvoldoende was omtrent de belemmeringen die het aanlegvergunningstelsel oplevert voor appellant, met name bij diepwoelen of ploegen dieper dan 30 cm.
Daarom werd het besluit tot goedkeuring van het plandeel met de bestemming 'Agrarisch onbebouwd' en de aanduiding 'archeologische waarden' voor zover het de gronden van appellant betreft, vernietigd. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard. De provincie Utrecht werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan is deels vernietigd wegens onvoldoende motivering over de aanlegvergunning voor archeologische waarden op de gronden van appellant.