ECLI:NL:RVS:2005:AT6951
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving autohandel in strijd met bestemmingsplan woonwagenstandplaats
Appellant exploiteert een autohandel op een perceel dat volgens het bestemmingsplan 'Buitengebied' is bestemd als woonwagenstandplaats, waardoor het gebruik voor autohandel in strijd is met het bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek legde appellant een last onder dwangsom op om de activiteiten te staken en beperkte het aantal auto's dat op het terrein mocht worden geplaatst.
Appellant voerde aan dat hij onder overgangsrecht viel en dat het college niet handhavend kon optreden, mede omdat hij financieel niet in staat was de onderneming te verplaatsen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, maar de Raad van State stelde het college in het gelijk. Het college had voldoende onderbouwd dat appellant geen geslaagd beroep op overgangsrecht kon doen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te zien van handhaving.
Het college had appellant meerdere malen gewezen op het verbod en had een ruime begunstigingstermijn gegeven om de autohandel te beëindigen of te verplaatsen. Gezien het aangescherpte handhavingsbeleid en de belangenafweging was het college gerechtigd de handhaving voort te zetten. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het handhavingsbesluit van het college is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.