ECLI:NL:RVS:2005:AT6952
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving tegen mestverwerking binnen agrarisch hulpbedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Voorst weigerde handhavend op te treden tegen mestverwerkingactiviteiten die plaatsvinden binnen het bedrijf van vergunninghouders op een locatie met de bestemming 'Agrarisch hulpbedrijf'. Appellanten stelden dat deze activiteiten in strijd waren met het bestemmingsplan.
De rechtbank Zutphen oordeelde dat de mesthandelsactiviteiten, waaronder het opslaan, mengen en omzetten van mest, passen binnen de bestemming 'Agrarisch hulpbedrijf'. De milieuvergunning die op 8 april 2003 werd verleend, betrof alleen een toename van transportbewegingen en bood geen grond voor het standpunt dat er sprake was van compostering die buiten de bestemming valt.
De Raad van State bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat het college op goede gronden de weigering tot handhaving heeft gehandhaafd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 8 juni 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot handhaving wordt bevestigd.